Print This Page

Nieuws

13-12-13 Jan van Rijen: Mont Ventoux

Eindelijk, de Mont Ventoux
Donderdagochtend 17 oktober 2013 vertrekken we om half zes ’s ochtends vanuit Gilze (een dorp in Brabant) met een bus vol broodjes, hardlopers, wandelaars en fietsers, incl. racefietsen voor een lange reis naar de voet van de Mont Ventoux. Ca. 12 uur later passeren we het stadje Montelimar. Daar staat het Hospital waar de doktoren in 2002 bij mijn jongste dochter Emma een tumor aan de bijnier ontdekten. Ik was met mijn gezin op vakantie in de buurt van de Mont Ventoux, om de Touretappe op de kale berg te gaan zien. Dat is er niet van gekomen; we zijn hals over kop terug naar Nederland gereisd. In december 2003 is Emma alsnog en toch overleden aan de gevolgen van kanker. Ik heb haar beloofd dat ik de Mont Ventoux een keer voor haar op zal gaan fietsen. En 10 jaar later ga ik dat ook doen.
Anderhalf uur later aankomst op de camping; spullen uitladen en een hartelijk weerzien met Marcoen (broer van mijn zwager en net als ik oom van Jaroen die op 20-jarige leeftijd aan botkanker is overleden). Op vrijdag met 2 andere fietsers de eerste 10 km van de beklimming van de Mont Ventoux gefietst; nondeju, vreselijk steil, geen moment rust op de bovenbeenspieren, zware beklimming. Maar ook de stilte en de geuren van het bos, de warmte van de zon. Het is ook wennen aan het klimmen, het ritme van ademhaling, trappen en de bijpassende versnelling. 10 km van de top keren we, het is heel koud in de afdaling; morgen zeker een regenjasje meenemen!
Zaterdagochtend 19 oktober. De Dag. Wekker om ½ 6; eerst ontbijten en 2 mokken sterke koffie. Na wc bezoek (scheelt weer gewicht) met 3 andere fietsers in een busje naar Malaucene. Daar starten we om 7.00 uur in het donker voor de eerste beklimming. In het eerste deel van de beklimming praat ik nog met 2 collega-fietsers; over hun doel, over Emma en Jaroen. Afgezien van ons gehijg is het stil, ook zij hebben geen tandjes meer over (we klimmen op het kleinste verzet) en kruipen met gemiddeld 10 km per uur de Mont Ventoux op. Deze route kent wat meer afwisseling; ook stukken van 8%. Ondertussen tel ik de paaltjes; we passeren het paaltje 10km tot de top. Over de helft dus het begint aardig te vlotten. Het wordt kouder, het wordt mistig en het begint te waaien. Het wordt zwaar, ik rij alleen in mijn eigen tempo naar boven. Ondertussen gaan mijn gedachten naar Jaroen; hij gaf niet op, hij had geen keus. Deze eerste beklimming is voor hem. Ik zie een roodborstje in de berm, tussen de rotsen. Als ik het moeilijk heb staan Jaroen en Emma langs de kant; hij groot, sterk en stoer met Emma aan de hand die staat te dansen en te springen; “hup pappa”. Op 6 km van de top kom ik uit het bos; vanaf Chalet Liotard zou ik de top moeten kunnen zien maar niet vandaag. Ik rijd in de wolken! en met stevige tegenwind. De wind geeft eerst nog verkoeling, maar het wordt koud, “natkoud”. In de mist fietsen is psychisch voordelig; ik zie de weg niet stijgen, ik zie de top niet, ik ben volledig gefocussed op mijn lijf en mijn gedachten. Ik tel de paaltjes af, nog 4, nog 3 km naar de top. Ik tel de hoogte af, nog 100 m stijgen.
Scherpe bocht naar rechts, een heel steil stuk en dan ineens sta je naast een gebouw op de top; 1912 m. In 2 uur en 7 minuten naar boven. Tijd voor de eerste foto (bedankt John).
Vlug regenjasje aan, tis bitterkoud. Wat eten, ’n slok en dan gaan we dalen naar Bedoin. Dat valt zwaar tegen. Mist, regendruppels, nat wegdek, slechte remmen en kou. Mijn bovenlijf gaat schokken van de kou, ik zit tandenklapperend op de fiets en concentreer me op remmen en sturen, probeer mijn benen wat rond te laten draaien maar zit verkrampt op mijn fietske. Na 8 km dalen kom ik in het bos, geen mist meer maar het blijft steenkoud. Dan kom ik Marcoen tegen die wandelend om 8 uur vanuit Bedoin vertrokken is; stoppen, knuffel, “ deze is voor Jaroen, de volgende voor Emma”! succes wensen en weer door.
Beneden in Bedoin half uurtje de tijd om op te warmen, droge kleren aan, eten, drinken. Het shaken stopt. Om half 11 starten we met 11 fietsers, waarvan dus 4 voor de 2e beklimming. Ik moet mezelf echt op gang trekken, bewust warm fietsen met m’n trainingsmaatjes van vrijdag. Waar de weg het bos in gaat is het in een klap 10% a 11% en gaat ieder zijn eigen tempo. Rustig trappend concentreer ik me weer op mijn lijf, m’n ademhaling en als vanzelf gaan mijn gedachten naar Emma. Het is zwaar. Oude rally auto’s halen me uit mijn overpeinzingen, wat een stank en vervelende herrie. Ik voel m’n benen, voel de vermoeidheid toenemen. Daar staan Emma en Jaroen weer, verderop sMoeke, de moeder van Jaroen en mijn vriendin Tjitske. Hou je doel vast, focus! Ik passeer het paaltje van 10 km tot de top, over de helft; aftellen. Geen vertwijfeling maar doelgericht; desnoods lopend of kruipend maar ik kom boven. In mijn gedachten komt die laatste week, die laatste dag terug. Ze heeft geweten dat ze het niet ging redden maar ze ging door; ze had geen keus. Mijn tempo zakt naar 7 a 8 km/uur, energieniveau loopt terug. Gelukkig weer een paaltje, nog 2 km tot Chalet Reynard (en dan nog 6 naar de top). Ik voel ondertussen aan de binnenkant van mijn bovenbenen de kramp opkomen. Andere zit, hakken naar beneden, effe uit ’t zadel, strekken, niet stoppen maar door de kramp heen fietsen. T wordt weer mistig, koud. Versnellen lukt niet meer, moet op 7 a 8 km/uur blijven; hakken naar beneden trappend om de kramp een beetje voor te blijven. In de mist stemgeluiden; eindelijk Chalet Reynard! Na 2 bekers cola en met een warm jasje aan duwt Gerrit me weer op gang. Dit is het lastigste stuk, in de wolken, in de wind, in de kou. Voor m’n gevoel aan het eind van m’n krachten kijk ik op het tellertje; zo, toch nog 8 km/uur. Dat geeft moed. En daar is het volgende paaltje al weer. Rustig fietsend met de kramp in mijn benen haal ik een andere fietser in. Je dit bonjour maar hij heeft geen puf meer en kijkt me wat verbaasd aan. Geen uitzicht, de top is in de wolken, maar met elke trap kom ik dichter bij m’n doel. Ik fiets van paaltje naar paaltje, worstelend met de kou en de kramp. Ik krijg de pedalen rond, maar het is wringen, duwen en trekken; krijg last van mijn rug. De stokken van de sneeuw staan langs de weg; vorige week lag hier nog sneeuw. Haal weer ’n zwalkende fietser in. Ca va? Bij het volgende paaltje probeer ik uit te rekenen hoeveel meter ik nog moet stijgen tot de top maar kom er niet uit. Het wordt stil in de bovenkamer. Probeer strepen te tellen, maar moet na 5 opnieuw beginnen. Effe op de pedalen staan en na 10 trappen weer zitten, blijven stampen. Ergens in de verte hoor ik stemmen, contouren van auto’s; ja daar moet ik zijn. Potverdepotver, wat is dat laatste stuk steil. Ik ben over de streep, klik m’n voeten los en sta stil. Na een foto en een hug van Marcoen zet ik m’n fiets tegen het
gebouw. In de wolken in de koude wind leg ik op 1912 m hoogte de foto van Emma bij het paaltje samen met een vlinder. Doel bereikt, missie volbracht.
Met warme kleren aan op de fiets terug naar Bedoin volgt de ontlading. Ik mis Emma. Ik kijk achterom en zie de top van de Mont Ventoux in de wolken; de hemel raakt de aarde. Ik ben even bij mijn engeltje op visite geweest. Voldaan gevoel. Ik heb altijd tegen de beklimming van de Mont Ventoux opgekeken, maar heb vandaag met hulp van boven mijn grenzen verlegd.
Later, na terugkomst mailt Marcoen dat we in totaal met alle sporters, steunkaarten en sponsoren gezamenlijk een bedrag van € 13.665,- bijeen hebben gebracht. De Stichting Lotgenoten Gilze gaat met dit bedrag in 2014 in samenwerking met het Verbeeten Instituut in Tilburg “verwendagen” organiseren voor kinderen waarvan 1 van de ouders getroffen is door kanker, voor ouderen met kanker in de gemeente Gilze-Rijen en voor vrouwen met kanker in Etten-Leur. Diep respect voor Marcoen Oomen en zijn Stichting de Lotgenoten. Dank aan de sponsors!
Jan van Rijen